Stork House

Professionele uitgaven in eigen beheer

De eersteling

© 2024 Patricia Bouwhuis-Ooyevaar

Lig je goed? Geen honger en dorst? Is het kussentje comfortabel genoeg?

Het wachten is nu op mijn vader. Je moet het me maar niet kwalijk nemen. Ik heb dit nooit eerder gedaan en ben net zo zenuwachtig als jij. Zou het je ontspannen, als ik je iets over mij vertel?

Oké.

Laat ik over mijn grote familie beginnen. Eens in het jaar, doorgaans in de herfst, wordt hetzelfde landhuis afgehuurd en komt onze familie bijeen, wat best een hele organisatie is, met al die ooms en tantes die overal ter wereld wonen. Maar het lukt elke keer. Dat doen we nog steeds. Als kind speelde ik dan met mijn neefjes en nichtjes in de tuin. We hadden geen flauw benul wat de volwassenen binnen, in die pompeuze kamers, met elkaar bespraken. Ze hadden het vast net zo gezellig als wij.

Op een gegeven moment merkte ik verschillen. Ik zal een jaar of acht geweest zijn.

Mijn familie veranderde bijvoorbeeld niet. Qua samenstelling, bedoel ik. Er kwamen geen leden bij en er was niemand die wegviel. Ik vertelde mijn vader hoe vreemd dat eigenlijk was. Bij mijn klasgenootjes stierf geregeld een opa of oma en werden neefjes en nichtjes geboren.

Prompt ontbrak dat jaar oom Joris. Hij was door een bus gegrepen en werd in stilte begraven. Ik herinner me niets meer van de uitvaart, volgens mij waren kinderen er niet welkom, maar ik weet wel dat tante Mathilde compleet in de war bij ons op de bank zat. In die tijd hadden mijn ouders sowieso vaak lange gesprekken met haar.

Kun je je voorstellen hoe ik schrok, toen bij de eerstvolgende reünie oom Joris gewoon weer van de partij was? Mijn ouders beweerden dat ik me vergiste en dat tante Mathilde was hertrouwd, maar mij hielden ze niet voor de gek. Het was precies dezelfde oom Joris. Ik moest mijn nieuwsgierigheid maar zien te beteugelen; vragen werden afgestraft. Kleine snotneus die ik was.

Tot afschuw van mijn ouders werd deze snotneus een rebelse puber, die weigerde te geloven dat hij simpelweg over extreem goede genen beschikte. Ik kon prima rekenen. Sommige van mijn ooms en tantes moesten de honderd ruimschoots gepasseerd zijn. Ze waren nota bene van de vorige eeuw!

Het is beter als je niet zo aan die touwen trekt. Ze gaan strakker zitten en dat is niet goed voor je bloedsomloop.

Hoe dan ook, de reünies werden een verplicht nummer, waarbij mijn ouders mij ieder jaar beter in de gaten moesten houden. Het was die nieuwsgierigheid van mij, die ervoor heeft gezorgd dat de familierituelen niet op mijn eenentwintigste, zoals gebruikelijk is, maar op mijn achttiende aan me werden uitgelegd.

Nou, dat was een flinke schok, kan ik je vertellen.

Wees niet bang. Mijn vader zal me helpen. Hij weet alles van de juiste snijtechnieken en welke organen wel of niet werkzaam zijn. Dat is de stelregel in de familie: laat het slachtoffer niet onnodig lijden.

Hoor! Dat slepende geluid.

Daar zul je hem hebben.

– –

Schuiven naar boven